Vandaag zijn we met de trein op pad geweest!
Er is een spoorlijn tussen Queenstown (in het midden van nergens in het regenwoud) naar Strahan (aan de kust). Aangelegd in 1899 (naar moderne Aussie normen is dat zoiets als het dinotijdperk) omdat ze in Queenstown koper in de grond hadden gevonden, maar hier geen geld uit konden slaan als ze het niet verscheept kregen.
Kennelijk was het een gigantisch technisch hoogstandje in die tijd om de spoorweg te bouwen. Ik zal eerlijk toegeven dat zo'n regenwoud er ook redelijk ondoordringbaar uitziet. Behalve de ondoordringbaarheid, was er nog het probleem van de heuvels. Na veel vijven en zessen importeerden ze een systeem uit Zwitserland om de spoorweg en de locomotief aan te passen aan steile hellingen. Niemand wist of zoiets zou werken in het Aussie klimaat, maar ze hadden chance. Het systeem werkt nog altijd. "Abt rack and pinion system" heet het en een vertaling ga ik niet zoeken. Tussen de twee klassieke rails ligt een derde spoor en daarin lopen tandwielen die aan de locomotief bevestigd zijn. Het systeem helpt zowel de trein omhoog te krijgen als naar beneden af te remmen.
De spoorweg wordt al lang niet meer gebruikt om koper naar de kust te rijden. Na jaren van verloedering hebben ze de boel opgelapt en het is nu een toeristische attractie. Niet helemaal tot Strahan, maar de eerste ongeveer elf kilometer.
Rijden met een stoomtrein is altijd leuk (niet met kolen, maar met gerecycleerde motorolie) en rijden door een regenwoud is een keer iets anders dan anders.
We konden uitstappen in Lynchford, wat rondkijken en naar goud zoeken (helaas). En verderop in Rinadeena konden we ook even de benen strekken, foto's maken etc.
En hoewel we het bijzondere Abt systeem konden zien tussen de sporen, was er niks van te horen of te voelen. De gids was maar aan het uitleggen dat we op een ontzettend steile helling zaten, eigenlijk was er niks van te zien! Het ging heel traag ja, maar dat was dan ook alles. En ik zal eerlijk zijn, tegen het einde was ik dat regenwoud wel een beetje moe gezien. Voor mij hoefde het niet langer te duren.
Na de lunch namen we de auto voor een kort ritje naar de Horsetail Falls.
Die waren echt de moeite!
Heel erg hoog en van een hoge bergwand. De wandeling erheen was ongeveer 2km en heel bijzonder. Het was geen pad in de berg, maar een aangelegde weg naast de berg! Een beetje alsof je op een steiger wandelde. Hoe ze dat aangelegd hebben, geen idee, maar het was een bijzondere ervaring. De bergwand langs een kant en dan een weids uitzicht aan de andere kant.
Het was wel puffen en zweten, want de zon scheen fel en er waren veel trappen te doen. Gelukkig waren de uitzichten het waard!!
De 'steigerwandeling' langs de bergwand.
Na de wandeling reden we nog heel even naar een ander uitzicht, naar een van de oude kopermijnen. Onderweg naar beneden naar Queenstown nam ik nog twee lifters mee. Twee jongemannen die helemaal naar boven waren geklommen en te moe om terug naar beneden te wandelen. Kan gebeuren!
Terug in Queenstown sprongen we nog binnen in het Galley Museum. We waren er maar net voor sluitingstijd en mochten er gratis in. Meevaller. 😊
Het was een heel bizar museum, vol met gadgets en foto's van de lokale geschiedenis. Van huishoudelijke spullen, tot oude oorlogsmedailles, kinderspeelgoed en casettebandjes (ik legde de kinderen uit hoe die werkten en ze hadden medelijden met me).😂
Het stond er allemaal wat willekeurig in enkele kamers en het geheel was nogal onsamenhangend en chaotisch. Maar misschien voor sommigen nostalgisch.😉



















Geen opmerkingen:
Een reactie posten